Xeljanz 5mg Filmomh Tabl 112 X 5mg Blister
Op voorschrift
Geneesmiddel

Xeljanz 5mg Filmomh Tabl 112 X 5mg Blister

  € 1.361,42

information-circle Terugbetaalbaar

Als je recht hebt op een terugbetaling voor dit geneesmiddel, betaal je in de apotheek een verlaagde prijs en niet de prijs die op onze webshop vermeld staat.

Terugbetalingstarief

€ 15,90 (6% inclusief btw)

Verhoogde tegemoetkoming

€ 10,50 (6% inclusief btw)

Belangrijke informatie

Voor dit geneesmiddel is een voorschrift nodig. Na beoordeling door de apotheker kan je het komen afhalen en betalen in de apotheek.

Niet beschikbaar

Neem contact op met ons via telefoon of e-mail, dan bekijken we samen de mogelijkheden.

4.4 Bijzondere waarschuwingen en voorzorgen bij gebruik

Tofacitinib dient alleen te worden gebruikt als er geen geschikte behandelalternatieven zijn voor patiënten: - van 65 jaar en ouder; - met een voorgeschiedenis van een atherosclerotische cardiovasculaire ziekte of andere cardiovasculaire risicofactoren (zoals patiënten die roken of in het verleden langdurig hebben gerookt); - met risicofactoren voor maligniteit (bijv. huidige maligniteit of een voorgeschiedenis van maligniteit).

Gebruik bij patiënten van 65 jaar en ouder Gezien het verhoogde risico op ernstige infecties, myocardinfarct, maligniteiten en mortaliteit, ongeacht de oorzaak, bij gebruik van tofacitinib bij patiënten van 65 jaar en ouder, dient tofacitinib bij deze patiënten alleen te worden gebruikt als er geen geschikte behandelalternatieven zijn (zie nadere bijzonderheden in rubriek 4.4 en rubriek 5.1).

Combinatie met andere behandelingen Tofacitinib is niet onderzocht en het gebruik ervan dient te worden vermeden in combinatie met biologische middelen zoals TNF-antagonisten, interleukine (IL)-1R-antagonisten, IL-6R-antagonisten, anti-CD20 monoklonale antilichamen, IL‑17‑antagonisten, IL‑12/IL‑23‑antagonisten, anti‑integrines, selectieve co-stimulatoire modulatoren en krachtige immunosuppressiva zoals azathioprine, 6‑mercaptopurine, ciclosporine en tacrolimus, vanwege de kans op verhoogde immuunsuppressie en een verhoogd risico op infectie.

In klinische onderzoeken naar RA was de incidentie van bijwerkingen hoger voor de combinatie van tofacitinib met MTX dan bij tofacitinib als monotherapie.

Het gebruik van tofacitinib in combinatie met fosfodiësterase-4-remmers is niet onderzocht in klinische onderzoeken naar tofacitinib.

Veneuze trombo-embolie (VTE) Ernstige gevallen van VTE, waaronder longembolie (PE), waarvan sommige met dodelijke afloop, cerebrale veneuze sinus trombose (CVST) en diepe veneuze trombose (DVT) zijn waargenomen bij patiënten die tofacitinib gebruikten (zie tabel 7 in rubriek 4.8). In een gerandomiseerd postmarketingveiligheidsonderzoek bij patiënten met reumatoïde artritis van 50 jaar of ouder met ten minste één bijkomende cardiovasculaire risicofactor werd met tofacitinib een dosisafhankelijk verhoogd risico op VTE waargenomen, in vergelijking met TNF remmers (zie rubriek 4.8 en 5.1).

In een verkennende post-hoc-analyse binnen dit onderzoek werden bij patiënten met bekende risicofactoren voor VTE vaker voorvallen van VTE's waargenomen onder de met tofacitinib behandelde patiënten die na 12 maanden behandeling een D-dimeerspiegel ≥ 2× ULN hadden, dan onder degenen met een D-dimeerspiegel < 2× ULN; dit werd niet waargenomen bij patiënten die met een TNF-remmer werden behandeld. De interpretatie is beperkt door het lage aantal VTE-voorvallen en de beperkte beschikbaarheid van D-dimeertesten (alleen beoordeeld bij aanvang van de behandeling, na 12 maanden en aan het einde van het onderzoek). Bij patiënten die geen VTE hadden tijdens het onderzoek, waren de gemiddelde D-dimeerspiegels in alle behandelarmen na 12 maanden significant lager dan bij aanvang van de behandeling. D-dimeerspiegels ≥ 2× ULN na 12 maanden werden echter waargenomen bij ongeveer 30% van de patiënten zonder erop volgende VTE-voorvallen, wat wijst op een beperkte specificiteit van D-dimeertesten in dit onderzoek.

Tofacitinib tweemaal daags 10 mg als onderhoudsbehandeling wordt niet aanbevolen bij patiënten met UC die bekende risicofactoren voor veneuze trombo-embolie (VTE), ernstige ongewenste cardiovasculaire voorvallen (MACE, major adverse cardiovascular events) en maligniteiten, tenzij er geen geschikte alternatieve behandeling is (zie rubriek 4.2 en 4.8).

Bij patiënten met UC die geen verhoogd risico op VTE, MACE en maligniteiten hebben (zie rubriek 4.4) kan tweemaal daags 10 mg tofacitinib oraal toegediend, worden overwogen als de respons van de patiënt op tweemaal daags 5 mg tofacitinib onvoldoende is en de patiënt niet reageerde op alternatieve behandelopties voor colitis ulcerosa, zoals behandeling met een tumornecrosefactorremmer (TNF‑remmer).

Tofacitinib tweemaal daags 10 mg als onderhoudsbehandeling dient zo kort mogelijk te worden gebruikt. De laagste effectieve dosis die nodig is voor een aanhoudende respons moet worden gebruikt.

Bij patiënten die reageren op behandeling met tofacitinib, kan het gebruik van corticosteroïden worden verminderd en/of stopgezet in overeenstemming met de standaardzorg.

Herbehandeling bij UC Indien de behandeling werd onderbroken, kan worden overwogen de behandeling met tofacitinib opnieuw te starten. Als de respons is verdwenen, kan herinductie met tweemaal daags 10 mg tofacitinib worden overwogen. De periode van onderbreking van de behandeling in klinische onderzoeken duurde maximaal 1 jaar. De werkzaamheid kan opnieuw behaald worden na 8 weken behandeling met tweemaal daags 10 mg (zie rubriek 5.1).

Retinale veneuze trombose Retinale veneuze trombose (RVT) is gemeld bij patiënten die werden behandeld met tofacitinib (zie rubriek 4.8). Patiënten dienen het advies te krijgen om direct medische hulp in te roepen als ze symptomen krijgen die wijzen op RVT.

Ernstige infecties Ernstige en soms dodelijke infecties door bacteriële, mycobacteriële, invasieve schimmel-, virale of andere opportunistische pathogenen zijn gemeld bij patiënten die tofacitinib kregen (zie rubriek 4.8). Het risico op opportunistische infecties is hoger in Aziatische geografische gebieden (zie rubriek 4.8). Patiënten met reumatoïde artritis die corticosteroïden gebruiken, kunnen vatbaar zijn voor infectie.

Tofacitinib dient niet te worden gestart bij patiënten met actieve infecties, waaronder lokale infecties.

Alvorens tofacitinib te starten, dienen de risico's en voordelen van de behandeling te worden overwogen bij patiënten: - met recidiverende infecties, - met een voorgeschiedenis van een ernstige of een opportunistische infectie, - die verbleven of gereisd hebben in gebieden met endemische mycosen, - met onderliggende aandoeningen waardoor ze vatbaarder kunnen zijn voor infectie.

Patiënten dienen nauwlettend te worden gecontroleerd op de ontwikkeling van verschijnselen en symptomen van infectie tijdens en na behandeling met tofacitinib. De behandeling dient te worden onderbroken als zich bij een patiënt een ernstige infectie, een opportunistische infectie of sepsis ontwikkelt. Een patiënt bij wie zich een nieuwe infectie ontwikkelt tijdens behandeling met tofacitinib dient onmiddellijk een volledig diagnostisch onderzoek te ondergaan dat geschikt is voor een patiënt met een verzwakt immuunsysteem, er dient een geschikte antimicrobiële behandeling te worden ingesteld en de patiënt dient nauwlettend te worden gecontroleerd.

Aangezien de incidentie van infecties bij ouderen en bij diabetische populaties over het algemeen hoger is, is voorzichtigheid geboden bij behandeling van ouderen en patiënten met diabetes (zie rubriek 4.8). Bij patiënten van 65 jaar en ouder dient tofacitinib alleen te worden gebruikt als er geen geschikte behandelalternatieven zijn (zie rubriek 5.1).

Het risico op infectie kan hoger zijn bij een hogere graad van lymfopenie en er dient rekening te worden gehouden met het aantal lymfocyten bij de beoordeling van het risico op infectie bij de individuele patiënt. De criteria voor het stopzetten van de behandeling en regelmatige controle op lymfopenie worden besproken in rubriek 4.2.

Tuberculose Alvorens tofacitinib te starten dienen de risico's en voordelen van de behandeling te worden overwogen bij patiënten: - die zijn blootgesteld aan tbc, - die verbleven of gereisd hebben in gebieden met endemisch tbc.

Patiënten dienen te worden beoordeeld en getest op een latente of actieve infectie vóór en, volgens de geldende richtlijnen, tijdens de behandeling met tofacitinib.

Patiënten met latente tbc, die positief testen, dienen te worden behandeld met standaard antimycobacteriële behandeling alvorens tofacitinib toe te dienen.

Een behandeling tegen tuberculose dient vóór toediening van tofacitinib ook te worden overwogen bij patiënten die negatief testen voor tbc, maar die een voorgeschiedenis hebben van latente of actieve tbc en bij wie een adequaat behandelverloop niet kan worden bevestigd, of bij patiënten die negatief testen, maar bij wie risicofactoren voor een tbc-infectie aanwezig zijn. Het raadplegen van een beroepsbeoefenaar in de gezondheidszorg met ervaring in de behandeling van tbc wordt aanbevolen bij het nemen van de beslissing of het starten van een behandeling tegen tuberculose aangewezen is voor een individuele patiënt. Patiënten dienen nauwlettend te worden gecontroleerd op de ontwikkeling van verschijnselen en symptomen van tbc, ook patiënten met een negatieve test voor latente tbc-infectie voorafgaand aan de behandeling.

Virale reactivering Bij patiënten die tofacitinib kregen, zijn virale reactivering en gevallen van reactivering van het herpesvirus (bijv. herpes zoster) waargenomen (zie rubriek 4.8).

Bij patiënten die worden behandeld met tofacitinib blijkt de incidentie van herpes zoster verhoogd te zijn bij: - Japanse of Koreaanse patiënten; - patiënten met een ALC van minder dan 1.000 cellen/mm3 (zie rubriek 4.2); - patiënten met een lang bestaande RA die eerder al behandeld zijn met twee of meer biologische disease-modifying antirheumatic drugs (DMARD's); - patiënten die worden behandeld met tweemaal daags 10 mg.

De invloed van tofacitinib op chronische virale hepatitis reactivering is niet bekend. Patiënten die positief testten voor hepatitis B of C werden uitgesloten van klinische onderzoeken. Alvorens een behandeling met tofacitinib te starten, dient een screening op virale hepatitis te worden uitgevoerd in overeenstemming met klinische richtlijnen.

Ten minste één bevestigd geval van progressieve multifocale leuko-encefalopathie (PML) is gemeld bij RA-patiënten die tofacitinib kregen na het in de handel brengen. PML kan fataal zijn en dient in overweging te worden genomen bij de differentiaal diagnose bij immunosuppressieve patiënten met nieuwe of verslechterende neurologische symptomen.

Ernstige ongewenste cardiovasculaire voorvallen (inclusief myocardinfarct) Er zijn ernstige ongewenste cardiovasculaire voorvallen (MACE) waargenomen bij patiënten die tofacitinib namen.

In een gerandomiseerd postmarketingveiligheidsonderzoek bij patiënten met RA van 50 jaar of ouder met ten minste één bijkomende cardiovasculaire risicofactor, werd een verhoogde incidentie van myocardinfarcten waargenomen bij gebruik van tofacitinib in vergelijking met TNF-remmers (zie rubriek 4.8 en 5.1). Bij patiënten van 65 jaar en ouder, patiënten die roken of in het verleden langdurig hebben gerookt en patiënten met een voorgeschiedenis van een atherosclerotische cardiovasculaire ziekte of andere cardiovasculaire risicofactoren mag tofacitinib alleen worden gebruikt als er geen geschikte behandelalternatieven zijn (zie rubriek 5.1).

Maligniteiten en lymfoproliferatieve aandoeningen Tofacitinib kan de afweer van de gastheer tegen maligniteiten beïnvloeden.

In een gerandomiseerd postmarketingveiligheidsonderzoek bij patiënten met RA van 50 jaar of ouder met ten minste één bijkomende cardiovasculaire risicofactor, werd een verhoogde incidentie van maligniteiten, met name niet-melanoom huidkanker (NMSC, non-melanoma skin cancer), longkanker en lymfoom, waargenomen bij gebruik van tofacitinib in vergelijking met TNF-remmers (zie rubriek 4.8 en 5.1).

NMSC, longkanker en lymfoom bij met tofacitinib behandelde patiënten zijn ook waargenomen in andere klinische onderzoeken en na het in de handel brengen.

In klinische onderzoeken en na het in de handel brengen werden andere maligniteiten bij met tofacitinib behandelde patiënten waargenomen, waaronder, maar niet beperkt tot, borstkanker, melanoom, prostaatkanker en pancreaskanker.

Bij patiënten van 65 jaar en ouder, patiënten die roken of in het verleden langdurig hebben gerookt en patiënten met andere risicofactoren voor maligniteiten (bijv. huidige maligniteit of een voorgeschiedenis van maligniteit anders dan met succes behandelde niet-melanoom huidkanker) mag tofacitinib alleen worden gebruikt als er geen geschikte behandelalternatieven zijn (zie rubriek 5.1). Periodiek huidonderzoek wordt aanbevolen voor alle patiënten, vooral voor degenen met een verhoogd risico op huidkanker (zie tabel 8 in rubriek 4.8).

Interstitiële longziekte Voorzichtigheid wordt ook aanbevolen bij patiënten met een voorgeschiedenis van chronische longziekte, aangezien ze vatbaarder voor infecties kunnen zijn. Voorvallen van interstitiële longziekte (waarvan sommige met dodelijke afloop) zijn gemeld bij met tofacitinib behandelde patiënten in klinische onderzoeken naar RA en na het in de handel brengen, hoewel de rol van Janus-kinase (JAK)-remming bij deze gevallen niet bekend is. Van Aziatische RA-patiënten is bekend dat ze een hoger risico op interstitiële longziekte hebben, daarom is voorzichtigheid geboden bij de behandeling van deze patiënten.

Gastro-intestinale perforaties In klinische onderzoeken zijn voorvallen van gastro-intestinale perforatie gemeld, hoewel de rol van JAK-remming bij deze voorvallen niet bekend is. Tofacitinib dient met voorzichtigheid te worden gebruikt bij patiënten met een verhoogd risico op gastro-intestinale perforatie (bijv. patiënten met een voorgeschiedenis van diverticulitis, patiënten met gelijktijdig gebruik van corticosteroïden en/of niet-steroïdale ontstekingsremmers). Patiënten met nieuw ontstane abdominale verschijnselen en symptomen dienen onmiddellijk te worden geëvalueerd voor vroege vaststelling van gastro-intestinale perforatie.

Fracturen Bij patiënten die werden behandeld met tofacitinib zijn fracturen waargenomen.

Tofacitinib dient met voorzichtigheid te worden gebruikt bij patiënten met bekende risicofactoren voor fracturen zoals hogere leeftijd, vrouwelijk geslacht en gebruik van corticosteroïden, ongeacht de indicatie of de dosering.

Leverenzymen Behandeling met tofacitinib ging bij sommige patiënten gepaard met een verhoogde incidentie van verhoogde leverenzymen (zie rubriek 4.8 leverenzymtesten). Voorzichtigheid is geboden wanneer starten van een behandeling met tofacitinib wordt overwogen bij patiënten met verhoogd alanineaminotransferase (ALAT) of aspartaataminotransferase (ASAT), vooral bij het starten in combinatie met potentieel hepatotoxische geneesmiddelen zoals MTX. Na het starten worden regelmatige controle van levertesten en onmiddellijk onderzoek naar de oorzaken van waargenomen toenames in leverenzymen aanbevolen om mogelijke gevallen van door geneesmiddelen veroorzaakt leverletsel vast te stellen. Indien door geneesmiddelen veroorzaakt leverletsel wordt vermoed, dient de toediening van tofacitinib te worden onderbroken totdat deze diagnose is uitgesloten.

Overgevoeligheid Tijdens postmarketingervaring zijn er meldingen geweest van overgevoeligheid in verband met toediening van tofacitinib. De allergische reacties omvatten angio-oedeem en urticaria; er zijn ernstige reacties opgetreden. Als een ernstige allergische of anafylactische reactie optreedt, dient tofacitinib onmiddellijk te worden stopgezet.

Laboratoriumparameters

Lymfocyten Behandeling met tofacitinib is gepaard gegaan met een verhoogde incidentie van lymfopenie vergeleken met placebo. Lymfocytenaantallen van minder dan 750 cellen/mm3 gingen gepaard met een verhoogde incidentie van ernstige infecties. Starten of voortzetten van behandeling met tofacitinib wordt niet aanbevolen bij patiënten met een lymfocytenaantal dat is vastgesteld op minder dan 750 cellen/mm3. Lymfocyten dienen te worden gecontroleerd bij aanvang van de behandeling en vervolgens iedere 3 maanden. Voor aanbevolen dosisaanpassingen gebaseerd op lymfocytenaantallen zie rubriek 4.2.

Neutrofielen Behandeling met tofacitinib is gepaard gegaan met een verhoogde incidentie van neutropenie (minder dan 2.000 cellen/mm3) vergeleken met placebo. Starten van een behandeling met tofacitinib wordt niet aanbevolen bij volwassen patiënten met een ANC van minder dan 1.000 cellen/mm3 en bij pediatrische patiënten met een ANC lager dan 1.200 cellen/mm3. ANC dient te worden gecontroleerd bij aanvang van de behandeling, na 4 tot 8 weken behandeling en vervolgens iedere 3 maanden. Voor aanbevolen dosisaanpassingen gebaseerd op de ANC zie rubriek 4.2.

Hemoglobine Behandeling met tofacitinib is gepaard gegaan met dalingen van de hemoglobinewaarden. Starten van een behandeling met tofacitinib wordt niet aanbevolen bij volwassen patiënten met een hemoglobinewaarde lager dan 5,6 mmol/l (9 g/dl) en bij pediatrische patiënten met een hemoglobinewaarde lager dan 6,1 mmol/l (10 g/dl). Hemoglobine dient te worden gecontroleerd bij aanvang van de behandeling, na 4 tot 8 weken behandeling en vervolgens iedere 3 maanden. Voor aanbevolen dosisaanpassingen gebaseerd op de hemoglobinewaarde zie rubriek 4.2.

Controle van lipiden Behandeling met tofacitinib is gepaard gegaan met verhogingen in lipidenparameters zoals totaal cholesterol, 'low-density' lipoproteïne (LDL)-cholesterol en 'high-density' lipoproteïne (HDL)-cholesterol. De maximale effecten werden over het algemeen binnen 6 weken waargenomen. Beoordeling van de lipidenparameters dient 8 weken na aanvang van de behandeling met tofacitinib te worden uitgevoerd. Patiënten dienen te worden behandeld volgens de klinische richtlijnen voor de behandeling van hyperlipidemie. Verhogingen in totaal en LDL-cholesterol bij gebruik van tofacitinib kunnen met statines worden verlaagd naar de waarden van voor de behandeling.

Hypoglykemie bij patiënten die worden behandeld voor diabetes Er zijn meldingen geweest van hypoglykemie na aanvang van het gebruik van tofacitinib bij patiënten die medicatie voor diabetes krijgen. Het kan nodig zijn om de dosis van de antidiabetesmedicatie aan te passen als er hypoglykemie optreedt.

Vaccinaties Vóór aanvang van de behandeling met tofacitinib wordt aanbevolen dat alle patiënten, met name patiënten met pJIA en jPsA, alle immunisaties volgens de huidige immunisatierichtlijnen hebben gehad. Het wordt aanbevolen om levende vaccins niet gelijktijdig met tofacitinib te geven. Bij de beslissing om vóór de behandeling met tofacitinib levende vaccins te gebruiken, dient rekening te worden gehouden met reeds bestaande immuunsuppressie bij de betreffende patiënt.

Profylactische toediening van zostervaccin dient te worden overwogen in overeenstemming met de vaccinatierichtlijnen. In het bijzonder dient rekening te worden gehouden met patiënten met een lang bestaande RA die eerder al behandeld zijn met twee of meer biologische DMARD's. Als een levend zostervaccin wordt toegediend, dient het uitsluitend te worden toegediend aan patiënten met een bekende voorgeschiedenis van waterpokken of aan degenen die seropositief zijn voor het varicellazostervirus (VZV). Als de voorgeschiedenis van waterpokken als onzeker of onbetrouwbaar wordt beschouwd, wordt aanbevolen om te testen op antilichamen tegen het varicellazostervirus (VZV).

Vaccinatie met levende vaccins dient ten minste 2 weken, maar bij voorkeur 4 weken, vóór aanvang van de behandeling met tofacitinib te gebeuren of in overeenstemming met de huidige vaccinatierichtlijnen met betrekking tot immuunmodulerende geneesmiddelen. Er zijn geen gegevens beschikbaar over secundaire overdracht van infecties door levende vaccins naar patiënten die tofacitinib krijgen.

Informatie over hulpstoffen Dit geneesmiddel bevat lactose. Patiënten met zeldzame erfelijke aandoeningen als galactose-intolerantie, algehele lactasedeficiëntie of glucose-galactosemalabsorptie, dienen dit geneesmiddel niet te gebruiken.

Dit geneesmiddel bevat minder dan 1 mmol natrium (23 mg) per tablet, dat wil zeggen dat het in wezen 'natriumvrij' is.

XELJANZ wordt gebruikt voor de behandeling van de volgende ontstekingsziekten:

  • reumatoïde artritis
  • arthritis psoriatica
  • colitis ulcerosa
  • polyarticulaire juveniele idiopathische artritis en juveniele arthritis psoriatica
  • De werkzame stof in dit middel is tofacitinib.
  • Elke 5 mg filmomhulde tablet bevat 5 mg tofacitinib (als tofacitinibcitraat).
  • De andere stoffen in dit middel zijn microkristallijne cellulose, lactose-monohydraat, natriumcroscarmellose (zie rubriek 2 'XELJANZ bevat natrium'), magnesiumstearaat, hypromellose (E464), titaandioxide (E171), macrogol en triacetine.

Gelijktijdige toediening van tofacitinib met krachtige CYP-inductoren (bijv. rifampicine) kan leiden tot een verlies of vermindering van de klinische respons (zie figuur 1). Gelijktijdige toediening van krachtige inductoren van CYP3A4 met tofacitinib wordt niet aanbevolen. Gelijktijdige toediening met ketoconazol en fluconazol verhoogde de Cmax van tofacitinib, terwijl tacrolimus, ciclosporine en rifampicine de Cmax van tofacitinib verlaagden. Gelijktijdige toediening met eenmaal per week 15–25 mg methotrexaat had geen effect op de PK van tofacitinib bij RA-patiënten (zie figuur 1).

  • In zeldzame gevallen kan een infectie levensbedreigend zijn.
  • koorts en koude rillingen
  • hoesten
  • blaren op de huid
  • buikpijn
  • hardnekkige hoofdpijn
  • pijn in de maagstreek of buikpijn
  • bloed in de ontlasting
  • onverklaarde veranderingen in uw stoelgang
  • beklemmend gevoel op de borst
  • piepende ademhaling
  • ernstige duizeligheid of een licht gevoel in het hoofd
  • zwelling van de lippen, tong of keel
  • netelroos (huiduitslag met hevige jeuk en bultjes)
  • plotselinge kortademigheid of moeite met ademhalen
  • pijn op de borst of in de bovenrug
  • gezwollen been of arm
  • pijnlijk of gevoelig been
  • roodheid of verkleuring van het been of de arm
  • U bent allergisch voor een van de stoffen in dit geneesmiddel.
  • U heeft een ernstige infectie, zoals een infectie van de bloedbaan of actieve tuberculose.
  • Er is u verteld dat u ernstige leverproblemen heeft, waaronder littekenvorming in de lever
    (cirrose).
  • U bent zwanger of geeft borstvoeding

Zwangerschap Er zijn geen adequate en goed gecontroleerde onderzoeken over het gebruik van tofacitinib bij zwangere vrouwen. Er is aangetoond dat tofacitinib teratogeen is bij ratten en konijnen, en dat het invloed heeft op het werpen en de peri-/postnatale ontwikkeling (zie rubriek 5.3). Uit voorzorg is het gebruik van tofacitinib tijdens de zwangerschap gecontra-indiceerd (zie rubriek 4.3). Vrouwen die zwanger kunnen worden dient te worden geadviseerd om effectieve anticonceptie te gebruiken tijdens behandeling met tofacitinib en gedurende ten minste 4 weken na de laatste dosis. Borstvoeding AfgaandeGebaseerd op gepubliceerde gegevens wordtHet is niet bekend of tofacitinib in de moedermelk wordt uitgescheiden. De effecten van tofacitinib op de met moedermelk gevoede zuigeling uit gepubliceerde literatuur en gegevens na het in de handel brengen zijn onniet bekend en zijn beperkt tot een klein aantal gevallen zonder oorzakelijk gerelateerde bijwerkingen. Een risico voor kinderen die borstvoeding krijgen, kan niet worden uitgesloten. Tofacitinib werd uitgescheiden in de melk van zogende ratten (zie rubriek 5.3). Uit voorzorg is het gebruik van tofacitinib tijdens het geven van borstvoeding gecontra-indiceerd (zie rubriek 4.3). Vruchtbaarheid Er zijn geen formele onderzoeken naar het mogelijke effect op de vruchtbaarheid bij de mens uitgevoerd. Tofacitinib verminderde de vruchtbaarheid van vrouwelijke ratten, maar niet de vruchtbaarheid van mannelijke ratten (zie rubriek 5.3).

  • Reumatoïde artritis: De aanbevolen dosering is tweemaal daags 5 mg.
  • Arthritis psoriatica: De aanbevolen dosering is tweemaal daags 5 mg.
  • Colitis ulcerosa: De aanbevolen dosering is tweemaal daags 10 mg gedurende 8 weken, gevolgd door tweemaal daags 5 mg.
  • Polyarticulaire juveniele idiopathische artritis en juveniele arthritis psoriatica: De aanbevolen dosering voor patiënten van 40 kg of zwaarder is tweemaal daags 5 mg.
CNK 3809803
Organisaties Pfizer
Merken Pfizer
Breedte 90 mm
Lengte 150 mm
Diepte 50 mm
Actieve ingrediënten tofacitinib citraat
Behoud Kamertemperatuur (15°C - 25°C)